|
6 juni 44, dag van de geallieerde landing in Normandië was een nederlaag voor het Duitse leger, dat geen weerstand kon bieden aan de snelle doorbraak van de geallieerde legers in Frankrijk en België. Na vier jaar bezetting juichen onze steden en dorpen hun bevrijders toe en leven in feeststemming. Maar enkele maanden later wordt het feest brutaal onderbroken door een omvangrijk offensief besloten door het Duitse Opperbevel. Het doel was het tij te doen keren door de Ardennen te doorkruisen, de Maas over te stekken en de Antwerpse haveninfrastructuur in te nemen, teneinde de proviandering van de geallieerde legers te verhinderen, het Britse leger van het Amerikaanse leger te isoleren en aldus de ondertekening van een gescheiden vrede te bekomen op het westelijk front.
Na meerdere keren uitgesteld te zijn geweest, begint op een mistige en koude 16 december om 5u30 ’s morgens de Slag om de Ardennen of het Von Rundstedt Offensief.
Het Duitse leger zal nooit over de Maas raken en het tactische doel zal niet meer Antwerpen en zijn haven zijn, maar de overgave van de stad Bastogne.
Onder leiding van Generaal Patton begint op 3 januari 45, bij een ijzige kou en in de sneeuw het tegenoffensief van de geallieerde legers.
Op 28 januari, die beschouwd wordt als de laatste dag van de Slag om de Ardennen, wordt het Duitse leger teruggedrongen in zijn stellingen van het begin van het Offensief, achter de Siegfried Linie.
De Slag om de Ardennen is ten einde, maar de bewoners van onze steden en dorpen zullen hun bevrijders nooit vergeten. En nooit zullen de Amerikaanse, Engelse, Schotse, Welsh, Canadese alsook Franse en Belgische strijders de kou en de sneeuw van deze verschrikkelijke winter 44-45 vergeten en nog minder hun wapenkameraden, die op de Ardense militaire kerkhoven rusten. ( Guy Blockmans)
|